Afvalstoffenbelasting storten verbrandingsresten binnen inrichting onbelast

17 juli 2019

Bij de herinvoering van de afvalstoffenbelasting in 2014 werd de belasting alleen geheven bij het storten van afvalstoffen die aan de inrichting zijn afgegeven of die binnen de inrichting zijn ontstaan. Per 1 januari 2015 wordt daarnaast ook over het verbranden van afvalstoffen afvalstoffenbelasting geheven. Als afvalstoffen aan een inrichting ter verbranding worden afgegeven en de daarbij ontstane verbrandingsresten binnen de inrichting worden gestort wordt er vanaf 2015 twee keer belasting geheven. Een keer over de afgifte van de te verbranden afvalstoffen aan de inrichting en een keer over het storten van de verbrandingsresten binnen de inrichting.

Het Ministerie van Financiën heeft nu bekend gemaakt dat in dergelijke gevallen de tweede heffing over het storten van de verbrandingsresten niet wordt toegepast. Deze tegemoetkoming geldt niet voor verbrandingsresten die afkomstig zijn van vrijgesteld zuiveringsslib of van onbelaste buitenlandse afvalstoffen omdat daarbij geen dubbele heffing optreedt.

De datum van inwerkingtreding van deze goedkeuring is 6 juli 2019. Er is niet voorzien in een terugwerkende kracht tot 1 januari 2015 terwijl dit naar onze mening wel op zijn plaats zou zijn geweest. Mogelijk dat deze terugwerkende kracht nog in het Belastingplan 2020 wordt opgenomen als deze goedkeuring in de wet wordt opgenomen. Ook zonder expliciete terugwerkende kracht achten wij de dubbele heffing echter aanvechtbaar.