Pakket Belastingplan 2022 – maatregelen in de energiebelasting

23 september 2021

In het pakket Belastingplan 2022 zijn de volgende wijzigingen voorgesteld in de energiebelasting (EB):

• Uitbreiding overgangsrecht Postcoderoosregeling.
Voorgesteld wordt om in geval van het vertrekken van een lid toch toe te staan dat een nieuw lid recht krijgt op de voordelen van de Postcoderoosregeling, zolang deze nog geldt voor de betreffende coöperatie. Dit betreft de codificatie van goedkeurend beleid dat reeds voor de periode tussen 1 april 2021 en 1 januari 2022 was ontwikkeld.

• Uitbreiding verlaagd EB-tarief walstroom.
Via het Belastingplan 2021 is een verlaagd EB-tarief voor walstroominstallaties geïntroduceerd, dat op 1 oktober 2021 in werking treedt. Blijkens de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel Belastingplan 2022 wordt het wenselijk geacht om deze regeling uit te breiden tot installaties die (1) niet beschikken over een zelfstandige aansluiting en (2) niet zijn aangesloten op een distributienet maar op een zogenoemde directe lijn. De thans voorgestelde wettekst voorziet in uitbreiding (1) door te bepalen dat een installatie die niet beschikt over een zelfstandige aansluiting zal moeten zijn voorzien van een comptabele meetinrichting. 

Voorkoming dubbele EB bij energieopslag (elektriciteit).
Voorgesteld wordt om de levering van elektriciteit aan een organisatorische eenheid die een zogenoemde energieopslagfaciliteit exploiteert onder voorwaarden niet aan te merken als een belaste levering voor de EB. Dit betreft een aanvulling van de huidige mogelijkheden om dubbele heffing bij elektriciteitsopslag te voorkomen. Het verbruik voor andere doeleinden dan het opslaan van elektriciteit, zoals bijvoorbeeld het elektriciteitsverbruik van het gebouw waarin de opslagfaciliteit zich bevindt of van een naastgelegen kantoorgebouw, is wel belast.

• Voorkomen samenloop vrijstelling aardgas met (a) nihiltarief en (b) raffinaderijvrijstelling.
De EB kent een vrijstelling voor aardgas dat niet wordt gebruikt als brandstof of dat wordt gebruikt als additief of vulstof in aardgasvervangende producten. Tevens kent de EB (a) een nihiltarief voor als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan en (b) een regeling die het verbruik van aardgas onder voorwaarden niet in de heffing betrekt (de zogenoemde raffinaderijvrijstelling). Ter voorkoming van een mogelijk heffingslek wordt voorgesteld om de vrijstelling te beperken door anti-samenloopbepalingen.